zaterdag 7 april 2018

Loko A – Porbenspo, 7 april 2018




Opstelling:

           Carl
               Jo – Nico – Wim
Miche – Corre – Benji – Tim – Ken
                           Len


Telegrams, faxen, postduiven, de pony express… Alle mogelijke communicatiemiddelen werden aangewend om toch maar aan elf man te geraken voor deze nochtans zonnige affiche. Helaas, door blessures, skivakanties en andere drogredenen kwamen we maar tot een schamele acht krijgers, aangevuld met twee huurlingen van Loko B. Gelukkige kon onze Portugese tegenstander ook maar met tien beginnen; twee teamgenoten waren nog rond Kaap de Goede Hoop aan het varen.


Meestertacticus Carl opteerde voor een versterkt middenveld van drie centrale mensen, met voorin enkel Len om stennis te schoppen in hun defensie. Al snel bleek dat onze tegenstander uit Haren niet gespeend was van enig technisch vernuft. Na een goed uitgespeelde counter kon hun spits alleen op doel af, maar Carl was present met een excellente voetreflex. Ook een volgende aanval werd maar nipt afgewend door een goed terugkerende Nico. Het had er alle schijn van een lange middag te zullen worden. Niets daarvan. Geen vijf minuten later stond de 1-0 al op het bord nadat Ken de bal hard in de hoek knalde. Even later legde ondergetekende de bal terug op Ken, die de kort uitgevallen doelman in de korte hoek verschalkte. Wat later liet Len de bal centraal goed doorrollen naar de rechterflank, waar Miche vrij kon aanleggen en de verticaal bescheiden keeper alweer te grazen nam. Afwerken aan 100% dus, wat zou afzwakken naar een meer humane 80% tegen het einde van de wedstrijd. Onze Lusitaanse medemensen kregen het stilaan moeilijk in hun hoofdjes en begonnen ons – en vooral onze teerbeminde moeders – te verwensen voor al wat onkies is. De ref kreeg ook zijn lading vuilbekkerij te verduren, maar daarover leest u in een ander verslag. ‘Ken! Ken! Ken!’ weerklonk over het veld. Ken was slim tussenbeide gekomen tijdens een botsing tussen doelman en verdediger. Alleen op een leeg doel hoorde hij de lokroep van zijn medemaat Len, en liet hem onbaatzuchtig de 4-0 binnen prikken. De doelman kreeg het Spaans benauwd en verliet het veld, om even later toch terug te komen als veldspeler. Porbenspo nu met elf! Angst! Paniek! Geweeklaag! Ah, nee, gewoon 5-0 op hun bacalao. Een corner geraakte niet weg, en het was alweer Ken in de rol van aangever; hij vond Miche aan de tweede paal en die zette de gortdroge ruststand op het bord.

Na een deugddoende teug water tjokten we vol zelfvertrouwen weer onze akker op. ‘Vooral zorgen dat ze niet te snel tegenscoren, nu ze met elf zijn’. Ah nee, tien. Hun dribbelwonder en posterboy van een campagne tegen inefficiëntie voelde zich tekort gedaan door een scheidsrechterlijke beslissing en revancheerde zich dan maar op Tim zijn enkel. Tweede geel en dus opnieuw tien tegen tien! Even geen doelpunten te melden, dus kan ik onderstrepen dat Loko met geweldig veel overgave speelde, secuur vanachter, subliem op het middenveld en dodelijk vooraan. En we bleven kalm in het aanschijns van de Portugese tirades. Miche kreeg een beetje ruimte op de hoek van de grote rechthoek. Hij had na een lange afwezigheid al het beste van zichzelf gegeven; lopen zou alleen maar tot meer vermoeidheid leiden, dus knalde hij het leer maar proper in de kruising. 6 fucking 0, mijne jongen! En nog was het niet gedaan. Len glipte op rechts door de buitenspelval, stevende op doel af en liet de doelman kansloos met een pegel in de hoek. Hij kon bijna zijn voorspelde hattrick vervolledigen, maar knalde lichtjes vermoeid naast. Niet slecht voor ne rouquin. Porbenspo ging nog moedig voor de eerredder, maar geraakten niet verder dan een paar corners en afstandsschoten. 7-0 en gedaan! Nu gij!

Een onverhoopte knaller op een schoon zomers lentedagske; dat doet de burger deugd. Met wat geluk eindigen we nog op een mooie derde plaats, achter Tijl en kampioen Duvelshoek. Dikke pluim voor de B’s voor hun schitterende depannage, merci aan de Robin voor de delegatie en aan de andere helden van het Borghtse gras! Obrigado Loko!

P.S. 'Caralho' is blijkbaar penis in't Portugees

voorbeeld van een caralho


1-0   Ken
2-0   Ken
3-0   Miche
4-0   Len
5-0   Miche

6-0   Miche
7-0   Len

woensdag 14 februari 2018

Het Midden




Ik ben vrij zeker dat ik WhatsApp aan het checken was toen ik opkeek en je in de verte zag. Zo achteloos opvallend, zo innemend dat je heel mijn aandacht opslorpte. Ik wist meteen dat ik je kant uit moest, koste wat het kost. Maar hoe je te benaderen… Je leek compleet wars te zijn van je omgeving en wat deze van je kon denken. Hoe zou ik dan ooit voldoende indruk op je kunnen maken om je, al was het ook maar even, van koers te laten veranderen? Ik ben namelijk niet het type patser dat zich moeiteloos in je comfortzone manoeuvreert en je tot een reactie dwingt. Ondanks mijn geringe hoop op een goede afloop, besloot ik ervoor te gaan.

Geleidelijk aan kwam ik dichter bij je, op een manier die waarnemers zouden omschrijven als ‘nodeloos omfloerst’. Met iets meer panache was je nu al op de hoogte van mijn bestaan, maar termen als panache, of charmant-nonchalant, of boerenbranie zijn geen termen die men met mij associeert. Je merkte me zelfs niet op toen ik al vlak bij je was. De setting was er, de scène kon beginnen, maar jij was nog steeds een figurant. Het was overduidelijk mijn taak om je in het plot te betrekken. En ik wilde meer dan alleen je aandacht; ik wilde jouw reactie, je medewerking opdat dit alles in regel zou verlopen: ik maak aanstalten, jij beantwoordt mijn gebaar en we leefden nog lang en gelukkig.

Maar ik voelde zoals wel vaker de angst voor ontgoocheling opkomen. Het wordt toch allemaal weer niets. Ze hebben iets in hun kop en zo zal het zijn, niet anders. Is het angst voor verandering? Is dat waarom ze koppig hetzelfde patroon blijven volgen en nooit een keertje afwijken? Of ligt het eerder aan mij? Kom ik niet snel genoeg to-the-point, misschien? Ben ik te weinig overtuigend? De waarheid ligt natuurlijk ergens in het midden. Hoe dan ook: ik had geen zin om een beetje vruchteloos aan te klampen. Na al die jaren weet ik dat nergens toe leidt, behalve dan tot frustratie.  

De patstelling hield maar aan en je gaf nog steeds geen gewag aan mijn aanwezigheid. Het leek me onmogelijk dat je nog geen glimp van me had opgevangen, zo dichtbij was ik. Mijn rationele kant wist zich geen blijf met deze aanhoudende ongemakkelijkheid, waardoor ik werd overgelaten aan de willekeur van mijn impulsen. Het maakte mij niet meer uit wat goed was of slecht, correct of ongepast. Ik moest nu iets ondernemen, die grens overschrijden, ongeacht de uitkomst. Als in een waas ging ik uiteindelijk over tot de actie, begeleid door een mantra van inwendige vloeken: ‘Fuck it. Fuck it. Fuck it! FUCK IT!!’


Je was waarschijnlijk ook Messenger of iets dergelijks aan het checken, want je merkte mijn opgestoken middenvinger niet eens op toen ik, moe getergd, je rechts inhaalde.