Soms komt een concept ongewild je hoofd binnengewandeld. Het trekt de deur achter zich dicht, zet zich neer, vraagt een koffie met melk en een gesprek ten gronde. Ergens in een verdwaalde tweet had iemand het over 'impostor syndrome', ofte oplichterssyndroom in het mooi Nederlands. Kort door de bocht houdt het in dat je met de angst rondloopt dat iemand je gaat betrappen op het feit dat je helemaal niet competent bent in wat je doet en dat je je er al die tijd kundig hebt uitgeluld. Je baas die je kennis plots openlijk in vraag stelt, waarna je door de mand valt, met schaamte, verlies aan prestige en onmiddellijke drankzucht tot gevolg. Mensen die aan dit syndroom lijden, denken dat hun succes eerder te wijten is aan geluk dan aan kunde en dat ze anderen de hele tijd lopen te bedriegen. Het lijkt voor hen alsof ze zich slimmer voordoen dan ze in werkelijkheid zijn.
Nu ken ik wel wat exemplaren voor wie het geen syndroom is en die experten zijn in het opblazen van hun eigen merite, maar met die zomergast ga ik wel op een andere keer in gesprek. Dit syndroom is me namelijk op het lijf geschreven, en des te meer nu ik een nieuwe job heb. Elke vraag waar ik niet meteen een antwoord op kan bieden, komt over als een faling van mijnentwege. Dat geeft stress. En die stress laat een lekker warm badje lopen waarin elke volgende onbeantwoorde vraag kan gaan sudderen. Op het einde van de werkdag is de badkamer van mijn brein één grote schuimpartij en nog steeds is niemand er properder van geworden. De werkgever weet natuurlijk dat je niet alles van de eerste keer begrijpt, dan sommige problemen gewoon het gevolg zijn van ingewikkelde in-house procedures waar ze zelf amper wijs uit geraken. Maar dat maakt mijn rekening niet. Ik, de gepretendeerde alwetende, zou toch in een vingerknip elk probleem te baas moeten kunnen? Ben ik dan niet binnengehaald als de nieuwe messias van de boekhoudkunde?
Ook kenmerkend voor deze schijnbedriegers is dat ze niet kunnen omgaan met complimenten en succes. Ze begeleiden een schouderklop voor geleverd werk met de reactie dat een aangeklede aap die heeft afgeleerd om met zijn eigen fecaliën te gooien dit ook had gekund. Daar gaat ook schuld mee gepaard, want waarom zou iemand als ik die kudos verdienen? En is het simpele feit dat ik hier zo verwrongen over denk niet voldoende bewijs dat succes niet voor mij is weggelegd? Normale mensen hoeven zulke interne vraagstukken toch niet op te lossen? Wel, als ik Wikipedia mag geloven, lopen zeven op de tien individuen in meer of mindere mate met deze gedachten rond. Ik vind het een hele geruststelling om te weten dat we allemaal een beetje zitten te prutsen. De kunst is om dat idee in het achterhoofd te houden en het als een dekzeil over al die waanideeën te spannen. Dan kan je rustig oplichter spelen over het niet hebben van deze gedachten.
Je kan het concept opentrekken naar algemene sociale interacties. Neen, lang niet iedereen kijkt heel de tijd naar mij, wachtend op de kleinste misstap om mij belachelijk te maken. Toch is dat altijd de ingesteldheid waarmee ik vertrek en moet ik me er telkens weer overzetten. Ook in omgang met mensen die ik al lang ken, is er een klein beetje koudwatervrees bij de begroeting. Godverdomme, ik heb misschien bepaalde uiterst subtiele signalen verkeerd geïnterpreteerd, waardoor nu een goede vriendschap van twintig jaar teneinde loopt. Die gedachte verdampt snel na het eerste contact, maar ze houdt me wel bezig in de hele aanloop naar de ontmoeting. Nog erger. Een date. Een nieuw vrouwmens dat er verdomme sympathiek uitziet. Die zal natuurlijk los door mijn dwaze galanterieën en flauwe moppen kijken en zien dat ik stomweg naar iemand zoals zij verlang. Stel je maar eens voor. Dame, ik ben niet waardig dat gij tot mij komt, maar spreek en ik zal je hond worden.
Tot slot - we zijn nog ver van een pointe, maar het moet een keer ophouden - achtervolgt dit syndroom mij ook in het tot stand brengen van tekstjes zoals deze. Wie da fuck ben ik om in deze tijd van tienduizend meningen per seconde nog wat meer gepalaver op de hoop te gooien? Taalkundig kan het toch veel beter, met die kromme zinnen van u! Bij gebrek aan doeltreffend dekzeil heeft het mij nu anderhalf jaar gekost om nog eens meer dan vijf zinnen achter elkaar te typen zonder te vervallen in zelfbeklag. Ja, ik weet wel dat het goed genoeg is. We zijn allemaal prutsers; bij de ene ziet het er iets professioneler uit als bij de andere. Bij dezen geef ik mezelf alvast een schouderklopje voor het aanbrengen van deze literaire fecaliën. Goe gedaan, jongen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten